Categoriearchief: Leven

Schatten van kinderuitspraken (3)

Fornuis

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen, twitter en andere media.

‘En weet jij al wat je later wilt worden?’
Mijn zoontje (7 jr) moet even nadenken.
‘Kok’, roep hij.
‘Kok?’ Maar je helpt nooit in de keuken?’
‘Ja, maar koks gaan nooit dood.’

Een twitterouder in het zwembad:
Mijn zoon moet plassen, de toiletten in het zwembad zijn net schoongemaakt.
Hij: “Wat ruikt het hier gek!”
Ik: “Lekker, het is schoongemaakt.”
Hij: “Ik vind het gek. En vies.”
Is hij ook niet gewend, natuurlijk.

Twitterraar met energiek kind:
Onze dochter van twee (!) zei vanmiddag: ‘We gaan zo spelen, daarom moet ik wat eten. Want ik heb energie nodig.’
Oh, boy, dat meisje gaat me later slopen.

Een twittervader met een meedenkende dochter:
“Papa, het is wel fijn voor jou dat ik een meisje ben”
– hoezo dat?
“Anders had je vandaag een kinderfeestje met 8 jongens gehad en die zijn veel drukker”

Een vriendin over haar dochter:
Moeder tegen haar 10 jarige dochter.
‘Luister je goed naar de oppas en ga je op tijd naar bed?’
Dochter: ‘Mama, ik ben volwassen genoeg om dat zelf te bepalen.’

Wat nu als je echt niet dood gaat als je kok bent. Harry Jeckers en het klein orkest schreven er een liedje over.

Leuk is raar – Klein orkest
(Muzikum.eu)

Vuur is koud en kleddernat
de zee is lekker droog,
de ballon die stijgt omlaag
en de baksteen valt omhoog.
De lucht is lekker groen
en het gras toevallig blauw,
de kat die blaft de hele dag
en de hond die zegt: Miauw.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai,
keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai,
aap niet na, je bent geen papegaai.

De zon is lekker vierkant,
de ruit toevallig rond,
met koorts dan ben je beter
en ziek zijn is gezond.
Links is lekker rechts
en hier toevallig daar.
Ik word morgen tachtig
en mijn oma zeven jaar.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Aap niet na, je bent geen papagaai.

Wie steelt, krijgt een beloning,
Wie weggeeft is een dief.
Voor braafzijn krijg je strafwerk
En klieren dat is lief.
Achmed komt uit Holland
En Johan is een Turk.
Mijn moeder is een kerel
En mijn vader draagt een jurk.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Aap niet na, je bent geen papagaai.
Je bent geen papagaai,

Je bent geen papa… gaai!

Herdenkend denken – 4 en 5 mei 2019

Kamp Vught

Denken

Mijn hoofd stopt maar niet met denken
Gedachten vliegen in het rond
Angst voor wat komen gaat
Spanning voor wat ik allemaal wil
Verdriet om wat geweest is
Dingen die ik niet heb gedaan
Of anders had willen doen

Drie seconden inademen, vier seconden uitademen
Ik geef mijn hersenen een opdracht: tel de ademcyclus
Ik laat ze vanaf nu niet meer zelf denken
En met elke cyclus wordt het rustiger
In mijn hoofd, in mijn lichaam

Herdenken

Er is zoveel te denken
Tijdens het herdenken
Over verhalen van ouders en grootouders
Over oorlog, over vluchten en overleven

Vanaf het treinstation in Vught werden
14.000 Meest Joodse mannen en vrouwen met
1800 Kinderen weggevoerd naar vernietigingskampen
Op de Vughtse heide is de fusilladeplaats
Waar 329 mannen, verzetsmensen zijn
Geëxecuteerd, vermoord
In Konzentrationslager Herzogenbusch aan de IJzeren man in Vught
Bevond zich een vrouwenkamp
74 Vrouwelijke gevangenen werden opgesloten in cel 115
Een cel met een oppervlakte van negen vierkante meter
Die nacht stierven 10 van hen

Mijn hoofd stopt niet met denken
Gedachten vliegen in het rond
Drie seconden inademen, vier seconden uitademen

Herdenkend denken

Niets is zeker in het leven
Daar ligt de uitdaging
Hoe ga je ermee om

Op 4 mei heerst er kalmte
Herdenk ik, kijk ik terug
Op verhalen van toen

Op 5 mei vier ik feest
Adem ik mijn gedachten
Over veiligheid, liefde en verbinding
In en uit
Voor jou en mij

 

Schatten van kinderuitspraken (2)

Zalmgelei

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen, twitter en andere media.

Met ons twintigjarig huwelijksfeest (2005) gaan we een paar dagen met de kinderen naar Eurodisney en plakken er nog wat dagen Parijs aan vast. 
Onderweg in de Thalys vraag ik nog maar eens: ‘En weten jullie waar we heen gaan?’
Dochter (10 jr): ‘We gaan eerst naar EuroDisney en dan naar een dorpje daar in de buurt.’
Juist ja.

Een Friese twittervader:
Dochter (3jr): “Zal ik koffie zetten voor memmie?”
Ik: “Dat is lief, maar mem is vanavond pas thuis en dan is de koffie koud geworden.”
Dochter (geïrriteerd): “Dat weet ik ook wel. Daarom zet ik de koffie op de verwarming.”

Een geniaal kind op twitter:
“Schildpadden worden heel oud. Bijna zo oud als de hele wereld. Ze kunnen bijna niet doodgaan. Alleen als ze in de lava vallen.”

Een zingende moeder op Instagram:
Een paar maanden geleden in de Ikea met mijn zoontje van 3 in het zitje voorin in de winkelwagen, probeer ik tegen beter weten in een veel te grote Kallax kast van 30 kg in de wagen te kiepen. Mijn zoontje kijkt dit even aan en vraagt dan: ‘Moet ik even helpen? Mama, zal ik je even helpen?’

Nog een twittergesprekje:
Dochter wil een bepaald schaaltje, die in de vaatwasser staat en nog vies is. 
Dus ik zeg haar, dan moet je die even afwassen.
De paniek mensen! 
👱‍♀️ “Wat is afwasmiddel? Moet ik warm water gebruiken? Hoeveel sop? En dan afspoelen?”

Op basis van dit laatste twittergesprekje heb ik het volgende absurde verhaal geschreven. Absurde verhalen: het ene verhaal is nog vreemder dan de andere, maar op de een of andere manier kun je het je toch voorstellen.

Soldaatjes
(Foppe Weijer 2018)

Annelore zeurt al drie dagen om het kattenvoerschoteltje, dat nog steeds vies in de vaatwasser staat. Poes is nu,op de dag af, een half jaar dood, terwijl Annelore al vijf jaar en vier dagen leeft. En precies vandaag mag ze het schaaltje uit de machine halen. In het midden van schoteltje ligt een zachte klodder zalmgelei met een harde aangekoekte donkere rand eromheen. Annelore schraapt met haar vingertjes de restjes van het vastgekoekte kattenvoer van de schotel en likt ze een voor een af. Tot ze de vinger tegenkomt met de zalmrose pleister. Oja, dat is waar ook, denkt ze, daaronder strijden kleine zwarte soldaatjes tegen vleesetende wuppies die langzaam haar vingertje vernietigen, had papa gezegd. Ze pulkt de pleister van haar vinger en doopt het halfvergane topje in de klodder zalmgelei. Ook soldaatjes moeten eten.

Schatten van kinderuitspraken (1)

Rode brievenbus
Wim Bijmoer

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen en twitter.

Mijn kinderen mochten vroeger regelmatig een weekendje logeren bij hun opa’s en oma’s. Zo mocht mijn dochter Vera (4 jaar) een keer alleen logeren. Natuurlijk draaide bij opa en oma het gewone huishouden gewoon door. Oma stofte de vensterbank af en Vera hielp driftig mee. In al haar jonge geestdrift stootte ze tegen een vaas, die daardoor op het punt stond over Vera heen te vallen. Oma pakte in een flits de kleine Vera in haar kraag, zodat zij de vaas niet op haar tenen kreeg en hield met de andere hand de vaas tegen.
Vera: ‘Nou Oma, dat heb jij goed opgelost.’

Nog meer uitspraken vanuit diverse media:

Een blije twittermoeder:
De peuter glijdt uit over de deurmat.
Gaat het goed Guus?
‘Nee ik ben dood.’
Gelukkig doet z’n humor het nog.

Een twittervader met volwassen kind:
“Papa, ik heb me gewassen en aangekleed en mijn brood voor school gesmeerd en brood voor nu in het broodrooster gedaan. EN IK BEN NOG MAAR EEN KIND”

Nog een twittermoeder:
‘Jongens, is papa al wakker?’
Jongen(3): ‘Ja, ik hoorde hem al zijn baard schillen!’

Een druk werkende twittermoeder:
De kleuter en haar BFF zitten samen te kleuren en ik werk nog even wat. Dan valt er een stift.
“Mama, kun jij die pakken? Wij zijn druk.”
“Ik ook, ik werk.”
“Ja, maar dat is niet druk. Wij hebben het écht druk.”

Een bezorgde twittermoeder:
We kijken ET. Ik houd mijn hart vast.
ET gaat dood.
Ik: 😭 😭 😭 (traan, traan, traan)
Dochter (8): “Mama… Het is maar een film…”
ET gaat naar huis.
Ik: 😭 😭 😭 (traan, traan, traan)
Dochter (8): “Wat een goede acteurs, zeg!”
Mijn dochter wordt een seriemoordenaar.

Als afsluiting een gedichtje van Annie M.G. Schmidt. Een gedicht dat op muziek is gezet door VOF de Kunst. Vera koos bij oma ‘s avonds steevast voor het liedje van de Rode brievenbus en sliep al voor het liedje uit was.

De brievenbus wou niet meer
(Annie M.G. Schmidt – 1992)
Illustratie: Wim Bijmoer

Er was er ’s een brievenbus, die op een pleintje stond,
een mooie roje brievenbus; hij had een open mond,
daar gingen alle brieven in, de hele dag maar door
en nu en dan kwam er een man van ’t grote postkantoor,
die haalde dan de brieven uit die brievenbus z’n buik,
en deed ze in een grote zak. O, jongens ’t ging zo puik.

Maar gisteren zei die brievenbus: Nou wil ik het niet meer,
ik heb er schoon genoeg van, leg de brieven daar maar neer.
Hij deed z’n mond dicht met een klap en deed ‘m niet meer open
en alle mensen kwamen daar met brieven aangelopen,
ze riepen: Kijk, de bus is dicht, hoe komt dat nou, zeg hee!
Hee, doe je mond ‘ns open! Maar de brievenbus zei: Nee.

Toen kwam de directeur, de directeur van ’t postkantoor,
die kwam al met een hamer en een beitel en een boor,
maar wat hij ook probeerde, het hielp allemaal geen steek,
de brievenbus bleef dicht en werd alleen een beetje bleek.

Maar toen kwam kleine Petertje en zei: O, asjeblief,
doe nou je mond eens open, want ik heb zo’n mooie brief!
En als je ’t niet voor mij doet, doe het dan voor deze dame!

En toen begon de brievenbus zich vreselijk te schamen.
Hij werd nog roder dan tevoor, en riep: Pardon, pardon…
hij deed zijn mond wijd open, zeg, zo wijd als hij maar kon.
De mensen dansten om hem heen, en al die mensen zeien:
Jij bent de beste brievenbus van heel de posterijen.

Verjaardag

Morgen word je wakker
Op de tafel staan
de gekleurde bekers en bordjes al klaar
Slingers en ballonnen voor een nieuw levensjaar
Aan jouw stoel een feestelijke puntmuts met
jouw naam en leeftijd erop gezet
Dan komen je vrienden en vriendinnen
en zingen ze voor je gaat beginnen
aan de cadeautjes speciaal voor jou
Ze zingen het lied voor jouw verjaardagspartij
Laat iedereen het horen
Laat niets jouw feest verstoren
Het is vast niet voorbarig
want morgen ben je jarig

(Foppe Weijer 2019)

Hardloopschoenen naast mijn bed

‘Iedere dag heb je de keus, ren je door of gooi je rigoureus’ het roer om. Hier het verhaal van Wim Akkermans die op een dag besloot zijn leven als postbesteller op te geven en een hardloopschool te beginnen. Een dag uit zijn leven, opgetekend door Foppe Weijer.

Wim Akkermans

Een collega hardlooptrainer komt deze ochtend kijken hoe ik, samen met mijn trainers, een aantal trainingsgroepen van mijn Loopschool begeleid. We delen al jaren de passie van lange afstanden hardlopen en het overbrengen van onze hardloopervaring op andere lopers. Trainers zien elkaar niet vaak aan het werk, maar vandaag kan ik hem een training laten meebeleven.
‘Het is lang geleden dat we elkaar gesproken hebben, leuk dat je met me meegaat,’ zeg ik.
We ontmoeten elkaar op de afgesproken tijd en hebben amper een paar meter gefietst of we moeten al in onze remmen knijpen. Een uitrukkende brandweerauto met zwaailicht en sirene kruist ons pad op deze vroege warme zaterdagochtend. We kijken de auto na, terwijl het voertuig zijn weg vervolgt naar de meldplek. Al snel neemt de stilte van de zaterdagochtend het over van de twee harde tonen.
‘Te lang geleden, maar ik ben blij dat ik vandaag de tijd heb om te zien wat jij hebt opgebouwd, Wim. Over lang geleden gesproken, jij hebt toch ook bij de brandweer gewerkt?’
Het is zeker zeven jaar geleden dat ik deel uitmaakte van het vrijwillige brandweerkorps. Mijn loopschoenen had ik ’s nachts naast mijn bed staan en als ik een oproep kreeg, spurtte ik naar de brandweerkazerne. Dat resulteerde in een aardige verzuring van mijn benen, die vanzelf weer oploste als we met de eerste uitruk op een melding afgingen. Als ik ergens bij ben, dan ben ik fanatiek.
‘Ja, dat is alweer even geleden en nee, ik heb geen spijt.’
In al die jaren heb ik in de eerste uitruk gezeten en dat betekende dat ik de meest erge situaties heb meegemaakt.
‘Zeker geen spijt dat ik een andere keuze heb gemaakt. Ik heb dat graag en ook met liefde en plezier gedaan, maar op een gegeven moment was ik ook klaar.’
We zijn op weg van Vught Zuid naar de noordkant en de meeste mensen liggen nog op bed of zijn op zomervakantie.
‘Ik heb nu eindelijk van mijn hobby mijn beroep kunnen maken.’
Eigenlijk had ik aan het eind van de vorige eeuw al een eigen loopschool willen starten. In die periode werkte ik overdag bij de Koninklijke PTT Post, in de avonduren gaf ik training aan loopgroepen bij Prins Hendrik in Vught. Daarnaast werkte ik voor de brandweer en liep ik regelmatig een wedstrijd over ultra afstanden. Maar voor jezelf beginnen is toch wel een grote stap. Wanneer komt het moment dat je de zekerheid van inkomen vaarwelzegt en je droom achternagaat? Zeker als je kleine kinderen hebt en daarbij moet je er thuis ook samen achter kunnen staan. In die periode heb ik dan ook gezegd, laat maar rusten, ik train gewoon, verzorg mijn trainingen, doe mijn wedstrijden en wie weet komt het ooit nog wel eens.
‘Ja, sporten is zeker voor jou je lust en je leven, maar wanneer kwam het moment om je vaste baan op te geven? Wat gaf de doorslag om voor jezelf te beginnen?’
‘Het keerpunt is gekomen toen het postbedrijf ging reorganiseren met veel wisseling van de wacht in het management. Voor iemand die houdt van orde, netheid, goede begeleiding en goed omgaan met personeel, was dit een moeilijke situatie en op een gegeven moment heb ik gezegd, jongens voor mij hoeft het niet meer. Geef mij maar een rugzak dan ga ik vertrekken en voor mezelf beginnen. Ik begin mijn eigen loopschool, Loopschool Wim Akkermans.’
‘En daar kon je de brandweeractiviteiten niet meer bij doen?’
‘Als je overdag heel actief bent en dan ’s nachts ook nog eens naar een zwaar ongeval moet of een brand, dan wil ik daar niet als een zombie staan. Dat was mijn reden om te stoppen bij de brandweer. De schoenen staan nog steeds op dezelfde plek naast mijn bed. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Maar ze staan er nu omdat mijn hele dag in het teken staat van trainingen geven,’ zeg ik, terwijl ik hem even een klap op zijn schouder geef, ‘leuk dat je een ochtend komt meekijken. Kijk rond, blijf vragen stellen en geniet vooral.’

We rijden het sportpark op van TV Wolfsbosch, de tennisvereniging in Vught Noord, het startpunt van mijn loopgroepen vandaag. Het is heerlijk stil op het complex en ik heb nog even de tijd om de bidons te vullen met fris water en de deuren tegen elkaar open te zetten zodat de ergste warmte het gebouw kan verlaten.
‘Goedemorgen Wim,’ roept de eerste enthousiaste hardloper, ‘perfect weer voor een duurloopje.’
Dat is het mooie van hardlopers, ze hebben altijd zin om te trainen.
‘Zeker mooi weer, zolang je maar goed blijft drinken tijdens de training,’ roep ik terug.
Het wordt steeds drukker in de kantine. Het geluid van de meute begint aan te zwellen.
‘Kan ik dit jaar nog een pitstop van je krijgen?’ vraagt een van de oudere lopers.
De afgelopen vier jaar hebben we de Pitstop, een looptechniek-clinic, ontwikkeld. Het is een moment waarop ik lopers laat zien hoe ze zichzelf kunnen verbeteren in het hardlopen, verbeteringen aan hun loophouding, waardoor ze meer plezier gaan beleven in het bewegen en ter voorkoming van blessures. Ik maak dan video opnames van het lopen, analyseer deze en kom met voorstellen tot verbetering. Met die voorstellen gaan we oefenen totdat de beweging door het lichaam wordt opgepakt. Tijdens de trainingen geef ik daar aanwijzingen over, zodat het lichaam de juiste beweging steeds beter leert herkennen.
‘Wie weet lukt het nog om in het najaar een pitstop te plannen. Zodra ik een datum heb zal ik je mailen en het op de website plaatsen.’
Het is negen uur, tijd om met de trainingen te beginnen.
‘Dames en heren, even jullie aandacht. We gaan weer in groepen uiteen, de niveaugroepen vertrekken nu met hun trainers, de duurgroepen gaan met mij mee. Geniet van het lopen, van elkaar en de omgeving waar je doorheen loopt en let op: vooral met deze warmte, drink op tijd.’
Heel langzaam begint de kantine leeg te lopen, de groepen rennen weg en wij blijven nog even in een oorverdovende stilte achter om alles af te sluiten.
‘En waar lopen de duurloopgroepen vandaag heen?’
‘Dat is nu het mooie van mijn trainingen,’ zeg ik, ‘dat weet ik van tevoren nooit. Ik start en loop weg, ik houd rekening met het tempo van de groep, ik houd rekening met de grootte van de groep, ik houd rekening met mogelijke blessures, ondergrond, het weer. En dan gaan we lopen en houd ik de tijd in de gaten, Vandaag is de langste afstand twintig kilometer, dan zorg ik dat we tussen de 19 en 21 kilometer lopen. Niet meer en niet minder.’

Aan het eind van deze zaterdagtraining hebben we 21 km op de fiets gezeten als begeleider van de verschillende tempogroepen van de duurlooptraining.
‘Heel bijzonder hoe jij de verschillende snelheidsgroepen bij elkaar hebt kunnen houden. Je moet wel veel van de omgeving weten om lopers zo’n gevarieerd parkoers aan te kunnen bieden. Door de Gement aan de stadsgrens van Den Bosch, door het Bossche Broek en om de IJzeren man, ik heb genoten van de natuur en volgens mij de lopers ook.’
‘Ik denk dat ik nu iets moois bereikt heb sinds ik in 2011 de loopschool ben gestart en daar ben ik bijzonder trots op. Ik heb 275 leden, en het mooie is dat ik iedereen ken van naam, ik heb met iedereen contact, iedereen mag mij altijd bellen.’
Ondertussen ruim ik de spullen na de training op en maak de bidons schoon voor de volgende training.
‘Geduld en rust vind ik belangrijk. Ik zeg altijd tegen de lopers: neem de tijd voor je trainingen, acclimatiseer door op tijd aanwezig te zijn en neem je rust na de training om weer te landen voordat je naar huis gaat. Zo beleef je veel langer plezier aan het lopen.’

Mijn collega pakt zijn fiets om naar huis te gaan en ik de mijne om me te verplaatsen naar het startpunt van de middagtraining.
‘We zien elkaar binnenkort weer en wie weet kom je eens kijken bij de Pitstop later in het jaar?’
Ik zwaai hem na en zet koers richting de Drunense Duinen. De ochtend is omgevlogen, zoals elke dag waarop ik training mag geven.
www.loopschoolwimakkermans.nl

Bevrijd mijn stem – 4 en 5 mei

Needle tower II
Needle tower II – Kenneth Snelson (Beeldentuin Kröller-Müller museum)

Bevrijd mijn stem
Maskers waardoorheen de woorden stromen
woorden, die betekenis geven aan alles wat ik zie,
begrensd door mijn innerlijke beelden van
Jaloezie, verlangen, verdriet, teveel willen
Mag ik praten, kan ik praten, durf ik wel te praten
Ik weet dat mijn ego heel hard roept
In den beginne was het woord
Maar de stem van God is verder weg dan ooit

Bevrijd mijn stem
In de jaren van oorlog
Weet ik dat ik stil moet zijn
Ik mag nu echt niet praten
De vijand is al in het huis
Harde woorden uit beestachtige lichamen
Ik vouw mijn handen en ik bid
Ik houd me in, durf bijna niet te ademen
Mag zeker nu niet praten
En de stem van God is verder weg dan ooit

Bevrijd mijn stem
Ineens kan ik niet praten
Een infarct in mijn hersenen
Ik zie wel wat ik zeggen wil
Maar de woorden zijn vervlogen
Het is stil om me heen
Het is niet míjn stem die de stilte doorbreekt
Maar de stem van mijn omgeving
die harder roept dan ooit
Zelfs mijn slikken is oorverdovend
Ik houd me in, durf bijna niet te ademen
En snak naar gewoon wat woorden
De stem van God is verder weg dan ooit

Bevrijd mijn stem
Wie kan ik nog vertrouwen
In een wereld vol oorlog
Durf ik niet te praten
Ik hoor de nachtelijke razzia’s
Volken verraden door ego’s
Van mensen zoals jij en ik
Ik durf zeker niet te praten
De stem van God is verder weg dan ooit

Mijn stem is bevrijd
Door de vele gekleurde lichtpuntjes van
Mensen die opstaan en hun stem verheffen
Die opkomen voor zichzelf en voor mij
Ik zie dat we allemaal maskers zijn
Waardoorheen de woorden stromen
Tot de dag waarop het woord heilig en visie helder wordt
En er alleen volmaakte Liefde bestaat
Dan mag ik praten, kan ik praten, durf ik te praten
En ik spreek met onmiskenbare helderheid en overweldigende zeggingskracht
De stem van God zo dichtbij

Foppe Weijer
Vught
4 en 5 mei 2018

Dadels en rozijnen

Dadels

‘Hier, moet je eens proeven,’ zegt ze en houdt een doosje voor mijn neus met daarin vruchten in de vorm van overdreven grote rozijnen. Ik kijk haar vragend aan, terwijl ik een plakkerige vrucht uit het doosje probeer los te trekken van zijn soortgenoten.
‘Het zijn geen rozijnen,’ lacht ze, ‘dat zal ik je nooit aandoen. Dit zijn dadels, heel zoet, daar houd jij vast wel van.’
Ik observeer de vrucht op armlengte en kan me werkelijk niet voorstellen dat ik ooit van deze levensgrote rozijn zal gaan houden.
Voorzichtig stop ik ‘m midden in mijn mond, ik proef niets. Maar ik weet dat mijn lichaam het zwaar gaat krijgen als ik een opening in de huid van de vrucht moet bijten.
Het moment is daar dat ik de dadel niet langer anoniem in mijn mondholte kan houden. Het kauwmechanisme is gewend dat het in werking treedt zodra iets niet lichaamseigen mijn mond binnenkomt.
Ik hoor gekraak tussen mijn kiezen als ik de huid verpulver.
De smaak zet me even op het verkeerde been, een zoetige substantie. Normaal gesproken ben ik toch niet vies van zoet, maar blijkbaar werkt het anders in combinatie met deze afstotelijke gedachte.
Ik voel dat het vruchtvlees van de dadel, na zoveel maanden opgesloten te hebben gezeten in het vel van de vrucht, langs mijn kiezen naar de speekselklieren vlucht en ze aanzet tot overmatige productie. Mijn maagdarmstelsel begint in reverse mode te werken, als ik nu niet snel ben, gaat ’t echt mis.
Ze kijkt me aan: ‘Ik weet al voor wie de rest van de inhoud van dit doosje is.’
En kruipt in de hoek van de bank met haar kopje thee en spannende leesboek. Voor de zekerheid zoek ik even de kleinste ruimte op en besluit dat ik voortaan alles, wat maar een beetje op een gedroogde vrucht lijkt, in dankbaarheid in ontvangst ga nemen en ga afgeven aan mijn liefje op de bank.

 

Af en toe een fee

Ochtendgloren

Het is gelukt. Ik had gedacht dat het helemaal niet kon, maar toch is het gelukt, een jaar vol geluksmomenten, een jaar vol momenten van broos evenwicht. Ze zijn er gekomen, al was het bij tijd en wijle ook even zoeken. Soms kwamen de momenten vanzelf. Blijkbaar had ik op die dagen mijn voelsprieten uitstaan om het geluk in iedere zonnestraal te zien. Op dagen waarop het geluk ver te zoeken was, moest ik daarentegen de momenten zelf creëren, het geluk een handje helpen.

Zodra mijn antennes uitstaan heb ik een heldere kijk op mijn omgeving, ik hoor alles en mijn omgeving dringt diep in me door. De merel die vroeg in de ochtend boven op het dak vrolijk staat te zingen, de zon die boven de heiige weilanden met haar eerste warme stralen mijn gezicht streelt. Alles klopt, de flow van het leven. (http://www.fweijer.nl/2017-een-jaar-vol-geluksmomenten/)

Maar soms loopt het allemaal niet zo soepel. Is mijn blik naar de buitenwereld gesloten en moet ik moeite doen om de glimlach van een ander te herkennen.
Kort geleden had ik nog zo’n radeloze zoekdag, een dag waarop ik mezelf vreselijk in de weg zat. De vakantie was net begonnen en ik was moe van het werk.
‘Ik ga een eindje fietsen, een kerstkaartje in de bus doen bij vrienden,’ bromde ik.
‘Het zal je vast goed doen,’ zei mijn vrouw met een vriendelijke lach, ‘even naar buiten. Wie weet kom je onderweg een goede fee tegen die de vrolijkheid kan terugbrengen, ook al ben jíj meer van de kabouters.’
En daar had ze wel een punt. Ik ben meer van de kabouters. Liever met mijn voeten op de grond, dan de onzekerheid van het zweven.
Ik fietste naar Esch, terwijl ik nadacht over de kabouters en de feeën. Aan de rechterkant van de weg stond een huis met een waterput in de tuin. In het voorjaar groeien de planten uit de put over de rand en zorgen de bloemen voor een geurig pad vanuit de diepte van de bron, dé plek voor kabouters. Maar deze dag was het koud, het waaide en de zon wist geen plekje te vinden om door de wolken heen te breken.
Op het fietspad kwam me een hardloopster tegemoet. Vele jaren heb ik hardlopers training gegeven en hardlopers die ik getraind heb, herken ik van verre, maar deze loophouding deed geen belletje bij me rinkelen. Het was een voor mij onbekende jonge vrouw. Ik moest nogal bars gekeken hebben, ik voelde mij in ieder geval zo. Bij het passeren lachte ze even naar me. Even, want de ontmoeting was er in een fractie van een seconde. De tegenwind nam mijn gedachten weer in bezit en ik sloeg af naar het dorp.
Op de terugweg, met de wind in de rug, kwam ik haar weer tegen. Nu keek zij wat norser, waarschijnlijk door de vele hardloopkilometers. Desondanks deed niets in haar me denken aan kleine hardwerkende kabouters. Ik keek naar haar en lachte. Ze keek terug en ik riep: ‘fijne dag vandaag.’ We draaiden ons allebei nog even om. Ik zag een glimlach op haar gezicht en voelde die op de mijne.
Een fee die zomaar op mijn pad kwam.

Ik wens jullie een jaar met af en toe een fee.

Een hijgend hert

Berghut

Op het terras van ‘Het hijgend hert’, de enige berghut van Nederland, staar ik over de heuvels van het Limburgse land. We zijn halverwege een fikse wandeling.
De geur van verse koffie trekt mijn gedachten uit een ‘mindvolle’ staat, terug naar mijn jeugd.

In de woonkamer zit mijn vader achter een vers kopje koffie te blazen en mijn moeder achter het harmonium stevig te trappen. Ze houdt de noten van psalm 42 langgerekt aan, terwijl de lucht uit de balg naar de verschillende groepen van metalen tongetjes wordt geleid. Ik ben een achtjarig jongetje en sta ernaast, in mijn witte blouse met donker groen strikje, een bruine korte broek en de voeten gestoken in parmantige zwarte sandalen. Op de hele noten zing ik de tekst met mijn mezzo-sopraanstem, lekker traag en met flinke uithalen. Mijn moeder trekt na het eerste couplet de registers nog eens vol open.
En ik keer terug naar het terras van de berghut.

We zijn halverwege onze Limburgse wandeling. Ik blaas stevig over mijn hete koffie en bedenk me, terwijl ik naar de naam van de berghut kijk, dat mijn ziel na twee uur wandelen altijd weer dorst naar vers gezette koffie van ter plekke gemalen koffiebonen.

Psalm 42:1
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar ’t genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den Heer’;
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naadren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw Naam verhogen?