Een Eindhovens armbandje – Nederlands design

DDW

In de hoogste klas van de lagere school heb ik voor het eerst een armband omgedaan. De hormonen vlogen door mijn lichaam en het meisje zou me anders niet gezien hebben. Eerlijk gezegd zag ze me niet. Ook niet met het bandje om mijn pols.

Vandaag kreeg ik weer eens een sieraad om. Ik mocht hem niet zelf uitkiezen en hij was ook niet echt stijlvol – of mooi vormgegeven. Maar hij gaf me wel toegang tot het hart van heel veel creatieve designers. Slenteren door de hallen. Kijken, luisteren, praten en voelen. Genoeg ideeën die een plekje zoeken en die vast op het juiste moment te pas gaan komen.

Wie weet een design toegangsarmband voor een volgend event?
Dutch Design Week

Speciale ezelsmuts is deze week voor?

Muts

Gisteravond heb ik puntmutsen gemaakt. Ik bied ze te koop aan. De tekst op de bordjes, zoals bijvoorbeeld ‘Ezel’, kan je zelf aanpassen, verzin maar leuke woorden. De kleur van de muts mag je uitkiezen. Echt elke kleur is beschikbaar. 
Ik kijk niet zo nauw. 

De mutsen zijn in veel situatie te gebruiken. Bijvoorbeeld bij een verjaardag, bijvoorbeeld voor zwarte pieten die niet meer zwart zijn, maar dan wel ‘zwarte piet’ op het bordje kunnen schrijven. 
Als je het draagt val je in ieder geval op.

Heb ik het echt gehoord gisteravond op het 20.00 uur journaal van de NOS? Op de synode in Rome (een belangrijke vergadering binnen de katholieke kerk) hebben kardinalen en bisschoppen twee weken lang gesproken over veranderingen ten aanzien van homoseksuelen en gescheiden mensen. Kardinaal Wim Eijk zei na afloop dat mensen die gescheiden zijn (of een ander geloof aan hangen) en daardoor niet het sacrament van de eucharistie mogen ontvangen, maar wel naar voren mogen komen om een zegening te ontvangen. 
Let wel: met gekruisde armen voor de borst. (Oftewel er is niets veranderd.)

Mij lijkt het beter, eenduidiger, gezelliger, opvallender, leuker, plezieriger om voortaan deze speciale muts te gebruiken.

Daar wonen de gekken!

Verkeersbord

‘Waar woon jij?’ vraagt een Eindhovense man met een verstandelijke beperking aan me. ‘Waar woon jij?’ vraagt een Veldhovense man met mogelijkheden aan Linda. Met een rechte rug is steevast ons antwoord: ‘In Vught!’.
‘In Vught wonen de gekken!’ zeggen ze schamper. En weg sjokken ze weer.

Van oudsher klopt dat wel. Iedereen in Brabant, ik denk zelfs half Nederland, kent Voorburg. Het heet niet meer zo en volgens mij heten de gekken ook niet meer zo.
De zorginstelling heet nu Reinier van Arkel. Vroeger leerde ik op school de indeling voor zwakzinnigen: idioot, debiel en imbeciel. Later werden het geestelijk gehandicapten genoemd en weer later verstandelijk gehandicapten. 
En nu zijn het mensen met mogelijkheden. 

Alles verandert. Op het terrein van het oude Voorburg kwam ik een verkeersbord tegen. Ook die zijn aangepast aan de tegenwoordige tijd.

Leve het veldrijden

Lars vd Haar

In de verte hoor ik een harde basdreun die onderdeel hoort te zijn van muziek. Een groene specht vliegt op uit de ondergrond, opgeschrikt door die dreun of door mijn fiets. Een man zit onder het afdakje van zijn huis te kijken naar het gekrioel van mensen en fietsen aan de andere kant van het water.

De Grote Prijs van Brabant, een internationale veldrit staat vandaag op het programma op de Pettelaarse Schans in Den Bosch. Aangekomen bij het parkoers hoor ik het gepiep van remmen, de korte schreeuwen van man naar man of vrouw naar vrouw, door de modder is dat niet altijd goed te zien. De neus wordt regelmatig geleegd zoals dat hoort bij sporters. Het eerste carnavalsbandje, het dweilorkest de Kickvorsen, is in aantocht. De trompetten hangen nog slap langs het lichaam en de renners draaien nog rustig hun rondjes. Het duurt nog even voor het gaat gebeuren.

Gevonden die basdreun. Het komt uit een grote tent. De weinige mensen in de tent, wie houdt het ook uit met die herrie, willen blijkbaar allemaal koffie uit een apparaat dat ik herken van mijn werk. Dat duurt een eeuwigheid. Niet dat ik haast heb, maar dan neem ik liever een pilsje en een hamburger en stap snel de tent weer uit. 

De oud profs gaan bijna starten. Op zoek naar een plekje langs het parkoers, neem ik ondertussen nog even een frietje mee. 
Tussen de oudere mannen, soms atletisch uitziend, soms met een iets te dikke buik, zie ik twee vlechtjes alle kanten opzwaaien. Volgens mij is dat Daphny vd Brand, die meerijdt bij deze oudere cyclocross mannen. 
Een lange zandbak is aangelegd. De meesten gaan er rijdend doorheen, een aantal lopend. Één sprong en je zit zo weer op je fiets, tenminste als het goed gaat. Volgens mij doet het zeer als je mis springt en ernaast beland. Straks even aan hem vragen. De materiaalpost is nog niet bezet. Door jarenlange ervaring repareren die mannen hun fietsen onderweg zelf wel.

Aangemoedigd door jonge – en oude toeschouwers rijden de profs hun ronden. Op de achtergrond voor de zoveelste keer de muziek van K3 – Oya lele. Of je nu muziek maakt of sportief bezig bent, het is maar net hoe oud je jezelf voelt. 

En mij gaat het uiteindelijk toch allemaal om een frietje, een hamburger en een pilsje.
Lang leve het veldrijden.

Stadspark in Den Bosch

Stadspark Den Bosch

Ik zit zomaar op een donderdagmiddag in een stadspark in Den Bosch. Een groot grasveld met in het midden een boom. Een wandelpad er netjes omheen en bankjes die uitkijken op het gras. Haast onopvallend staan oude – en nieuwe hoge gebouwen om de tuin heen. De nieuwe in dezelfde kleur steen als de oude. Drie kleine fonteintjes waar continue een klein straaltje water uitkomt en oude lantaarnpalen die, als ik hier maar lang genoeg zit, de sfeer vast nog romantischer maken.
In de verte hoor ik een kindje spelen in de speeltuin. Er loopt een vrouw langs. Dat kan ik horen omdat ze in een mobieltje en in de omgeving aan het praten is. 
In de tuin is het verder stil. Iets verderop nemen twee verliefde mensen een bankje in bezit, die hoor je de komende tijd niet. Er loopt een hardloopster langs hoor ik aan de voetstappen buiten de tuin. 
Een paar straten verderop is de Uilenburg. Een plek waar de terrasjes met dit weer vol zitten, waar de stilte die ik nu ervaar mijlenver weg is.
Nog even mijn ogen dicht, nog even luisteren naar de vogels, de wind in de bomen en dan op naar het drukke stadscentrum.

De blauwe enveloppen

Envelop

Heb je enig idee hoeveel verschillende soorten enveloppen er zijn op de wereld? Ze zijn er gekleurd van papier, in folie ook gekleurd en mat metalic. Er zijn bordrug- , (golf) kartonnen- en notaris enveloppen.
Maar wij krijgen een blauwe envelop. Een ouderwets uitziend model met donker blauwe – en rode blakjes aan de zijkanten. Een briefomslag waar ook daadwerkelijk een brief in zit. Een uitnodiging om met twee geweldige vrienden te gaan dineren. Nu kennen we deze vrienden al wat langer en zo’n uitstapje kan natuurlijk niet zomaar gebeuren. Ze noemen zichzelf in de brief ‘boerenpummels’ en ons ‘wereldburgers’. Het ‘ons’ gedeelte kan ik tegenwoordig beamen, over het ‘zichzelf’ gedeelte heb ik zo mijn vraagtekens.

In de brief zit een aanwijzing die ons naar het restaurant zal leiden: ‘Er wordt zoveel beweerd en zoveel is waar. Want wat is verkeerd? Dat is niet klaar. Hier spreekt men recht wat krom is of fout. Wordt alles beslecht; warm of koud.’ Na enig giswerk en met de kennis van de meeste restaurants in ons dorp komen we uit op ‘De Gereghthof’. En terwijl we onze benen over de zadels werpen krijgen we nog de tip: plantenbakken. Het terras van De Gereghthof zit vol, propvol tevreden mensen nippend aan hun wijntje of slurpend aan hun bier. En wij moeten op handen en voeten zoeken in de plantenbakken naar een volgende aanwijzing, naar nog zo’n blauw couvert.

Met nagelranden vol modder en handen vol spinrag vinden we de volgende aanwijzing: ‘Ja, dan zie je die en dan die weer. Dan hoor je weer van die en lees je weer wat van die. Dan begint die weer te aPPen en loopt die zomaar daar. Dat je denkt, die? En dan praat je er eens over met deze en geen. Zo van: wat denk jij van die en die. En dan zeggen die allemaal: Oh, die twee.’ We barsten ondertussen van de honger en gelukkig is de aanwijzing niet al te lastig. Op naar culinair café DieTwee. Hier zit het terras niet vol. Eén familie maar en de eigenaar die met een vreemde blik kijkt naar een vrouw die aan de ene kant en een man die aan de andere kant van het terras, in zijn plantenbakken speuren.

Met een kreet van vreugde wordt de vondst gevierd en lezen we het volgende: ‘We zijn er bijna. Nog één kromming tot de afslag waar wij overigens niet verder gaan. Waren wij pelgrims met een boetekleed dan liepen wij door tot Compostella. Zijn wij handelsreizigers, wat voor vracht dragen dan onze kromme ruggen? Nu dan, wij komen zonder ballast, vrij van geest en met een lege maag. Laten wij ons laven met verhalen, drank en zoete spijzen bij de laatste gelegenheid voor Antwerpen. Op ons aller gezondheid!’

Dat doen we dan ook. Genoeg spannende (vakantie)verhalen te vertellen. Genoeg spannende toekomst verwachtingen te delen. Zo bestellen we de eerste fles rode wijn en proosten op onze fantastische vrienden LuLu!

Herinneringen

Raadhuis

Onderweg naar het centrum zie ik het waterige zonnetje tussen de mistflarden omhoog klimmen. Een kopje koffie en een oud collega wachten op me. We halen herinneringen op over werksituaties. Ik hoor hoe het hem en hij hoort hoe het mij gaat.
We zitten in een café en kijken uit op nieuwe gebouwen, appartementen en winkels. 
“Wat heeft daar ook al weer gestaan? Weet je nog dat er drie oude huizen stonden? En weet je nog welk bedrijf toen in dat gebouw zat en wat daarachter lag?”

Gek dat als iets eenmaal is verdwenen het moeilijk is om de herinnering helder te houden. Het lichaam lijkt er hetzelfde principe op na te houden als met pijn. Als de pijn eenmaal weg is uit je lichaam is het ongelofelijk moeilijk je weer een voorstelling van die pijn te maken. En dat is maar goed ook, er wordt weer ruimte gemaakt voor nieuwe prikkels, nieuwe belevenissen, het oude kan je achter je laten.

In het café hangen foto’s van gebouwen die vroeger in ons dorp stonden. Sommige staan er nog, anderen zijn verdwenen of verbouwd. Als we een tijdje doorpraten blijkt dat we met beide geheugens het oude dorp weer aardig in beeld krijgen. Blijkbaar willen we samen toch niet alles achter ons laten.