Alle berichten van Fweijer

De Vughtse waterput

Vughtse waterput

Je hebt vast weleens de waterpomp met bovenop een lantaarn zien staan in het midden van het dorpsplein op het Marktveld in Vught. Meer dan twee eeuwen geleden was de pomp een onderdeel van diverse voorzieningen voor de brandbestrijding. Een ander onderdeel van die brandbestrijding in het centrum van Vught is een waterput, die niet zo opvalt. Waarschijnlijk heb je ooit je fiets tegen het ronde muurtje gezet zonder je iets af te vragen. Ik in ieder geval wel, tot een week geleden.

Net als iedereen heb ook ik mijn vaste gewoontes. Zo wandel ik iedere ochtend door het centrum van Vught, ver voordat de winkeliers met hun rammelende sleutelbossen de deuren openen. Ik loop steeds hetzelfde rondje, ontmoet steeds dezelfde mensen met ook hun aanwensel tot houvast. Deze gewoonte is belangrijk voor me. Mijn brein hoeft zich nog niet in te spannen en ik kan de bespaarde mentale energie later gebruiken voor een bijzondere ontmoeting. Maar mijn routine kan ook zomaar verstoord worden. Zoals vanmorgen. Want haar was ik tot nu toe nog nooit tegengekomen.

Ze staat voorovergebogen, geleund met haar billen tegen de lage ronde muur van een eeuwenoude waterput. Ze ziet er oud uit, haar lichaam is kromgegroeid. Als ze rechtop had kunnen staan zou ze de monumentale Petruskerk aan de andere kant van de straat zien. Een oude vrouw met een zwarte strompelende kat. Een kat die, dan weer voor dan weer achter, onder haar rok tevoorschijn komt.
‘Gaat het goed met U?
Haar bovenlichaam zoekt links en rechts naar evenwicht.
‘Geen probleem, jongeman,’ kraakt haar stem, ‘gewoon even uitrusten op dit speciale plekje. Hier heeft hij me voor het eerst gekust.’
Een hele geruststelling, tegenwoordig lees ik te vaak over mensen waar iets ernstigs mee gebeurt, een aanval in het hart of de hersenen.
‘Wie gekust?’ vraag ik.
Daar waar de hedendaagse vrouw de tailleband van haar rok op de taille draagt, heeft zij de band van haar donkere rok tot net onder haar boezem vastgesnoerd en heeft ze haar hoofd bedekt met een witte muts. Kledij dat lijkt op die van de Brabantse vrouwen welke Vincent van Gogh vroeger schilderde. Het zal me niet verbazen als ze klompen draagt.
Maar lopen doet ze nu even niet, ze staat uit te rusten.
‘Gillis, mijn lieve Gillis. Ik mis ‘m nog iedere dag.’
De kat niest en kijkt omhoog. De tragiek van het ouder worden, steeds meer lieve mensen vallen om je heen weg en jij gaat door.
‘Zal ik ‘m even voor u optillen?’
Ze kroelt door zijn vacht en het zwaar ademende dier spint, zoals alleen katten kunnen waar je heel lief tegen bent.
‘Hij ruikt nog altijd hetzelfde,’ fluistert ze, terwijl ze haar neus in de vacht van de kat drukt, ‘Gillis, we zouden trouwen zodra hij de put klaar had. Maar de dag voor de put klaar was, is ie naar beneden gevallen en verdronken.’
De kat niest weer, de druppels spatten uiteen op het bruinzwarte van haar rok en ik neem de kat van haar over. De trilling van het spinnen is van het dier overgegaan in de oude vrouw terwijl ze aanstalten maakt om weer verder te gaan. De kat steekt de straat over naar de kapel aan de zijkant van de kerk. Hij sleept met zijn rechter achterpoot en niest nog eens voor hij langs de gietijzeren straatlantaarn loopt en verdwijnt in de donkere nis tussen het middenschip en de zijbeuk.

Ik hoor het geschuifel van haar houten klompen. Maar als ik me omdraai om ‘dag’ te zeggen, zie ik haar niet meer. Wat ik wel zie, is de ronde muur van de waterput waar ze tegenaan geleund stond. In de putmond is een gegraveerde plaquette gemetseld. Er staat te lezen dat de waterput in 1791 is aangelegd, een kleine honderd jaar voordat Vincent zijn schilderijen maakte.

Met het geluid van haar schuifelende houten schoeisel in mijn oren pak ik mijn gewoonte weer op. Ik heb mijn bijzondere ontmoeting vandaag al gehad en koester de momenten waarop alles zo gewoon is.

 

 

 

 

 

Vakantie, loslaten en genieten

Donkere lucht

Eindelijk vakantie. De dagelijkse beslommeringen achter me laten en gewoon genieten. ‘Laat alles maar even los en veel plezier in Italië,’ hoor ik mijn manager nog zeggen, toen ik de deur van kantoor dichttrok.

Vliegen naar een vakantiebestemming vind ik de meest relaxte manier van reizen, maar dit noodweer brengt een doodsangst in me naar boven. Het tot nu toe stabiel vliegende vliegtuig valt meters naar beneden, waardoor mijn maag ongeveer in mijn keel terecht komt. De man bij het raampje klemt zich vast aan zijn armleuningen en drukt zijn bovenlichaam zo hard mogelijk in zijn stoel. Buiten striemen de hagelstenen langs en tegen het veel te kleine raampje en het toestel weet niet meer of het naar boven of naar beneden wil. Het zweet staat in mijn handen, terwijl het jonge meisje dat tussen de man en mij inzit, rustig haar spelletje Brick and Ball’s speelt op haar mobieltje.

De zweetlucht van de medepassagiers is goed te ruiken en de ogen van de man bij raam zijn nu strak gesloten. Het meisje lacht naar haar beeldscherm, ze heeft vast weer een level gewonnen. Maar ik kan niet kijken naar die snel heen en weer vliegende balletjes, ze geven me teveel het gevoel wat de vliegmachine me nu ook geeft. Hoe kan het toch dat de ene mens in paniek raakt en de ander onverstoorbaar door kan gaan met waar het mee bezig is en deze angstige situatie kan loslaten?

Loslaten zou zo makkelijk moeten zijn, toch? Er zijn genoeg websites met handige tips. Voor mij werken die instructies blijkbaar niet. Laatst ben ik een weddenschap aangegaan met een vriendin en werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Loslaten gaat voor mij nooit makkelijk worden. Zij leerde hoepelen en ik jongleren met drie ballen. Ze heeft gewonnen want een van mijn handen bleef hardnekkig een bal vasthouden.

Ik zie de knokkels van mijn handen wit worden en mijn vingers zich steeds dieper in de stof van de armleuningen dringen. Bang om dood te gaan, speelt ook mee. Ik weet dat het erbij hoort, sterven. Maar nu toch nog niet?

Mijn koptelefoon moet nu af. Ik wurm mijn vingers uit het schuim van de armleuning. Het gehoor blijft het langst werken als je doodgaat en stel dat ik net een absoluut fout liedje aan het luisteren ben, dan zit ik daar tot lang na mijn dood mee in mijn hoofd.
Het geluid van geroezemoes en gezoem van de airco is vervangen door doodse stilte.

Het vliegtuig heeft eindelijk besloten waar het heen wil, rukt zich los uit het noodweer en zet de landing in en ik voel me plotsklaps heel rustig worden. De man bij het raam opent een voor een zijn ogen en het gefluister verdringt de stilte. Het meisje zet haar mobieltje uit. Het bleekrode T-shirt is rond haar oksels verkleurd in bordeauxrood.
Zo snel als de angst voor de dood komt opzetten, zo snel verdwijnt ze ook weer.

‘Laat alles maar even los.’ Het is zo snel gezegd.
Zodra ik thuis ben, ga ik verder met leren jongleren.

 

Verkleinwoorden

Verkleinwoorden

Mijn oprechte excuses. Het is aan de vroege kant, maar ik weet dat het moment gaat komen. De dagen dat mijn stem iets hoger wordt en ik veel verkleinwoordjes ga gebruiken. Excuses, want ik houd daar niet van.

Ik heb decennialang in de sportwereld gewerkt en daar kom je geen verkleinwoorden tegen. Met een sprintje trekken ga je het echt niet winnen van een Usain Bolt en als het Nederlandse dames voetbalelftal een balletje was gaan trappen, waren ze ook geen (bijna) wereldkampioen geworden.

Ik weet het wel verkleinwoorden klinken liever. In een wereld die vergeven is van ongemakken is het verkleinwereldje een verademing.
Zo hebben we een rupsje Nooitgenoeg, daar krijg je nooit genoeg van, van de Eikenprocessierups daarentegen wel.

En ja, in de kroeg roep ik soms ook wel: ‘Biertje?’, maar dat komt omdat ik niet zo’n grote drinker ben en een worstenbrood klinkt te groot, dan zit ik al vol voor ik gegeten heb. Terwijl een bitterbal wel goed klinkt en het gebrek aan grootte van de werkelijke bal compenseert.

Wen er maar vast aan. Neem een hapje van je aardbeitje en toon me je vrolijke lachje.
In het najaar word ik opa.

Vogelnestje op de bank

Beweegbank

Ik hou van Vught. Een door de bank genomen rustig dorp. Van alle dorpen waarin ik ooit gewoond heb, is zij mijn lievelingsdorp. Maar om het niet onder stoelen of banken te steken, heeft zij wel een landelijke primeur behaald. Als eerste in Nederland heeft zij en heb ik een beweegbank.

Mijn rustige dorpje waar groen de kleur is die het eerste opvalt. En tussen het groen de sporters die zich in het zweet werken. Vooral hardlopers bevolken de straten en landweggetjes van het dorp. Hardlopen is denk ik ontstaan in Vught. Dat kan haast niet anders. Wij hebben alles wat een hardloper nodig heeft: bossen, heide, heuveltjes, zandverstuivingen en in de winter goed verlichte lanen. We hebben ook wat afgelachen in de jaren zeventig toen de overheid Trim u Fitbedacht en het trimmen, ook wel joggen genoemd, stimuleerde. Wij liepen toen al jarenlang hárd.
Ik ben een groot voorstander van bewegen. In mijn tiener jaren rende ik in korte broek en T-shirt, vooral in de schemering rende ik hard, omdat ik anders werd nageroepen: ‘Ze hebben ‘m al te pakken hoor!’ Tegenwoordig loopt iedereen overdag op straat in fancy hardloopkleding en is er van naroepen geen sprake meer.
Ik rende door bossen en dorpen en gebruikte elke natuurlijke – of kunstmatig aangelegde hindernis om mijn hartslag even omhoog te jagen. Fartlektraining noemde ik dat en een bank gebruikte ik om overheen te springen.
Maar nu is er de primeur, er is een beweegbank in Vught. Ik had nooit gedacht dat aan mijn trainingsschema’s een beweegbank zou ontbreken.

Daar waar hardlopen een erg eenzijdige belasting is voor het bewegingsapparaat, is de beweegbank juist het ultieme trainingsmiddel voor alle spiergroepen. Op deze bank is het mogelijk om sprongen te oefenen, buikspieren tot wasbordjes om te toveren en borstspieren te kweken waar je utegen zegt. En het gebruik van de bank is niet alleen beperkt voor de grote groep hardlopers. Ook hockeyers, golfers en mensen met een joggingbroek kunnen er gebruik van maken. Joggingbroek, hoor ik u denken. Jazeker, in dat kledingstuk kunt u ook bewegen en niet alleenop de bank hangen en heerlijk chips eten.
Mijn vrouw en ik overwegen onze soetra-oefeningen binnenkort ook eens op de beweegbank uit te voeren. Wij doen namelijk al jaren onze oefeningen op de sofa thuis, een goede manier om de senso-motoriek te trainen. Wij verstrengelen onze lichamen dan in een vogelnestje of ‘the jump’. Wie weet weer een landelijke primeur voor Vught?

Van de week heb ik even plaatsgenomen op de beweegbank en mijn best gedaan om niet te bewegen. Maar de beweegbank doet haar naam eer aan, je gaat vanzelf bewegen als je maar lang genoeg op die harde planken zit.
Voor diegene die behoefte heeft gekregen om zijn of haar joggingbroek aan te trekken en de bank van dichtbij te bekijken, heb ik goed nieuws. Er is namelijk een hele grote parkeerplaats, vlak naast de bank.

Schatten van kinderuitspraken (3)

Fornuis

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen, twitter en andere media.

‘En weet jij al wat je later wilt worden?’
Mijn zoontje (7 jr) moet even nadenken.
‘Kok’, roep hij.
‘Kok?’ Maar je helpt nooit in de keuken?’
‘Ja, maar koks gaan nooit dood.’

Een twitterouder in het zwembad:
Mijn zoon moet plassen, de toiletten in het zwembad zijn net schoongemaakt.
Hij: “Wat ruikt het hier gek!”
Ik: “Lekker, het is schoongemaakt.”
Hij: “Ik vind het gek. En vies.”
Is hij ook niet gewend, natuurlijk.

Twitterraar met energiek kind:
Onze dochter van twee (!) zei vanmiddag: ‘We gaan zo spelen, daarom moet ik wat eten. Want ik heb energie nodig.’
Oh, boy, dat meisje gaat me later slopen.

Een twittervader met een meedenkende dochter:
“Papa, het is wel fijn voor jou dat ik een meisje ben”
– hoezo dat?
“Anders had je vandaag een kinderfeestje met 8 jongens gehad en die zijn veel drukker”

Een vriendin over haar dochter:
Moeder tegen haar 10 jarige dochter.
‘Luister je goed naar de oppas en ga je op tijd naar bed?’
Dochter: ‘Mama, ik ben volwassen genoeg om dat zelf te bepalen.’

Wat nu als je echt niet dood gaat als je kok bent. Harry Jeckers en het klein orkest schreven er een liedje over.

Leuk is raar – Klein orkest
(Muzikum.eu)

Vuur is koud en kleddernat
de zee is lekker droog,
de ballon die stijgt omlaag
en de baksteen valt omhoog.
De lucht is lekker groen
en het gras toevallig blauw,
de kat die blaft de hele dag
en de hond die zegt: Miauw.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai,
keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai,
aap niet na, je bent geen papegaai.

De zon is lekker vierkant,
de ruit toevallig rond,
met koorts dan ben je beter
en ziek zijn is gezond.
Links is lekker rechts
en hier toevallig daar.
Ik word morgen tachtig
en mijn oma zeven jaar.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Aap niet na, je bent geen papagaai.

Wie steelt, krijgt een beloning,
Wie weggeeft is een dief.
Voor braafzijn krijg je strafwerk
En klieren dat is lief.
Achmed komt uit Holland
En Johan is een Turk.
Mijn moeder is een kerel
En mijn vader draagt een jurk.

Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Keer het om, geef de boel een draai.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.
Aap niet na, je bent geen papagaai.
Je bent geen papagaai,

Je bent geen papa… gaai!

Herdenkend denken – 4 en 5 mei 2019

Kamp Vught

Denken

Mijn hoofd stopt maar niet met denken
Gedachten vliegen in het rond
Angst voor wat komen gaat
Spanning voor wat ik allemaal wil
Verdriet om wat geweest is
Dingen die ik niet heb gedaan
Of anders had willen doen

Drie seconden inademen, vier seconden uitademen
Ik geef mijn hersenen een opdracht: tel de ademcyclus
Ik laat ze vanaf nu niet meer zelf denken
En met elke cyclus wordt het rustiger
In mijn hoofd, in mijn lichaam

Herdenken

Er is zoveel te denken
Tijdens het herdenken
Over verhalen van ouders en grootouders
Over oorlog, over vluchten en overleven

Vanaf het treinstation in Vught werden
14.000 Meest Joodse mannen en vrouwen met
1800 Kinderen weggevoerd naar vernietigingskampen
Op de Vughtse heide is de fusilladeplaats
Waar 329 mannen, verzetsmensen zijn
Geëxecuteerd, vermoord
In Konzentrationslager Herzogenbusch aan de IJzeren man in Vught
Bevond zich een vrouwenkamp
74 Vrouwelijke gevangenen werden opgesloten in cel 115
Een cel met een oppervlakte van negen vierkante meter
Die nacht stierven 10 van hen

Mijn hoofd stopt niet met denken
Gedachten vliegen in het rond
Drie seconden inademen, vier seconden uitademen

Herdenkend denken

Niets is zeker in het leven
Daar ligt de uitdaging
Hoe ga je ermee om

Op 4 mei heerst er kalmte
Herdenk ik, kijk ik terug
Op verhalen van toen

Op 5 mei vier ik feest
Adem ik mijn gedachten
Over veiligheid, liefde en verbinding
In en uit
Voor jou en mij

 

Schatten van kinderuitspraken (2)

Zalmgelei

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen, twitter en andere media.

Met ons twintigjarig huwelijksfeest (2005) gaan we een paar dagen met de kinderen naar Eurodisney en plakken er nog wat dagen Parijs aan vast. 
Onderweg in de Thalys vraag ik nog maar eens: ‘En weten jullie waar we heen gaan?’
Dochter (10 jr): ‘We gaan eerst naar EuroDisney en dan naar een dorpje daar in de buurt.’
Juist ja.

Een Friese twittervader:
Dochter (3jr): “Zal ik koffie zetten voor memmie?”
Ik: “Dat is lief, maar mem is vanavond pas thuis en dan is de koffie koud geworden.”
Dochter (geïrriteerd): “Dat weet ik ook wel. Daarom zet ik de koffie op de verwarming.”

Een geniaal kind op twitter:
“Schildpadden worden heel oud. Bijna zo oud als de hele wereld. Ze kunnen bijna niet doodgaan. Alleen als ze in de lava vallen.”

Een zingende moeder op Instagram:
Een paar maanden geleden in de Ikea met mijn zoontje van 3 in het zitje voorin in de winkelwagen, probeer ik tegen beter weten in een veel te grote Kallax kast van 30 kg in de wagen te kiepen. Mijn zoontje kijkt dit even aan en vraagt dan: ‘Moet ik even helpen? Mama, zal ik je even helpen?’

Nog een twittergesprekje:
Dochter wil een bepaald schaaltje, die in de vaatwasser staat en nog vies is. 
Dus ik zeg haar, dan moet je die even afwassen.
De paniek mensen! 
👱‍♀️ “Wat is afwasmiddel? Moet ik warm water gebruiken? Hoeveel sop? En dan afspoelen?”

Op basis van dit laatste twittergesprekje heb ik het volgende absurde verhaal geschreven. Absurde verhalen: het ene verhaal is nog vreemder dan de andere, maar op de een of andere manier kun je het je toch voorstellen.

Soldaatjes
(Foppe Weijer 2018)

Annelore zeurt al drie dagen om het kattenvoerschoteltje, dat nog steeds vies in de vaatwasser staat. Poes is nu,op de dag af, een half jaar dood, terwijl Annelore al vijf jaar en vier dagen leeft. En precies vandaag mag ze het schaaltje uit de machine halen. In het midden van schoteltje ligt een zachte klodder zalmgelei met een harde aangekoekte donkere rand eromheen. Annelore schraapt met haar vingertjes de restjes van het vastgekoekte kattenvoer van de schotel en likt ze een voor een af. Tot ze de vinger tegenkomt met de zalmrose pleister. Oja, dat is waar ook, denkt ze, daaronder strijden kleine zwarte soldaatjes tegen vleesetende wuppies die langzaam haar vingertje vernietigen, had papa gezegd. Ze pulkt de pleister van haar vinger en doopt het halfvergane topje in de klodder zalmgelei. Ook soldaatjes moeten eten.

Schatten van kinderuitspraken (1)

Rode brievenbus
Wim Bijmoer

Een drieluik met uitspraken van kinderen. Van horen zeggen en twitter.

Mijn kinderen mochten vroeger regelmatig een weekendje logeren bij hun opa’s en oma’s. Zo mocht mijn dochter Vera (4 jaar) een keer alleen logeren. Natuurlijk draaide bij opa en oma het gewone huishouden gewoon door. Oma stofte de vensterbank af en Vera hielp driftig mee. In al haar jonge geestdrift stootte ze tegen een vaas, die daardoor op het punt stond over Vera heen te vallen. Oma pakte in een flits de kleine Vera in haar kraag, zodat zij de vaas niet op haar tenen kreeg en hield met de andere hand de vaas tegen.
Vera: ‘Nou Oma, dat heb jij goed opgelost.’

Nog meer uitspraken vanuit diverse media:

Een blije twittermoeder:
De peuter glijdt uit over de deurmat.
Gaat het goed Guus?
‘Nee ik ben dood.’
Gelukkig doet z’n humor het nog.

Een twittervader met volwassen kind:
“Papa, ik heb me gewassen en aangekleed en mijn brood voor school gesmeerd en brood voor nu in het broodrooster gedaan. EN IK BEN NOG MAAR EEN KIND”

Nog een twittermoeder:
‘Jongens, is papa al wakker?’
Jongen(3): ‘Ja, ik hoorde hem al zijn baard schillen!’

Een druk werkende twittermoeder:
De kleuter en haar BFF zitten samen te kleuren en ik werk nog even wat. Dan valt er een stift.
“Mama, kun jij die pakken? Wij zijn druk.”
“Ik ook, ik werk.”
“Ja, maar dat is niet druk. Wij hebben het écht druk.”

Een bezorgde twittermoeder:
We kijken ET. Ik houd mijn hart vast.
ET gaat dood.
Ik: 😭 😭 😭 (traan, traan, traan)
Dochter (8): “Mama… Het is maar een film…”
ET gaat naar huis.
Ik: 😭 😭 😭 (traan, traan, traan)
Dochter (8): “Wat een goede acteurs, zeg!”
Mijn dochter wordt een seriemoordenaar.

Als afsluiting een gedichtje van Annie M.G. Schmidt. Een gedicht dat op muziek is gezet door VOF de Kunst. Vera koos bij oma ‘s avonds steevast voor het liedje van de Rode brievenbus en sliep al voor het liedje uit was.

De brievenbus wou niet meer
(Annie M.G. Schmidt – 1992)
Illustratie: Wim Bijmoer

Er was er ’s een brievenbus, die op een pleintje stond,
een mooie roje brievenbus; hij had een open mond,
daar gingen alle brieven in, de hele dag maar door
en nu en dan kwam er een man van ’t grote postkantoor,
die haalde dan de brieven uit die brievenbus z’n buik,
en deed ze in een grote zak. O, jongens ’t ging zo puik.

Maar gisteren zei die brievenbus: Nou wil ik het niet meer,
ik heb er schoon genoeg van, leg de brieven daar maar neer.
Hij deed z’n mond dicht met een klap en deed ‘m niet meer open
en alle mensen kwamen daar met brieven aangelopen,
ze riepen: Kijk, de bus is dicht, hoe komt dat nou, zeg hee!
Hee, doe je mond ‘ns open! Maar de brievenbus zei: Nee.

Toen kwam de directeur, de directeur van ’t postkantoor,
die kwam al met een hamer en een beitel en een boor,
maar wat hij ook probeerde, het hielp allemaal geen steek,
de brievenbus bleef dicht en werd alleen een beetje bleek.

Maar toen kwam kleine Petertje en zei: O, asjeblief,
doe nou je mond eens open, want ik heb zo’n mooie brief!
En als je ’t niet voor mij doet, doe het dan voor deze dame!

En toen begon de brievenbus zich vreselijk te schamen.
Hij werd nog roder dan tevoor, en riep: Pardon, pardon…
hij deed zijn mond wijd open, zeg, zo wijd als hij maar kon.
De mensen dansten om hem heen, en al die mensen zeien:
Jij bent de beste brievenbus van heel de posterijen.

Verjaardag

Morgen word je wakker
Op de tafel staan
de gekleurde bekers en bordjes al klaar
Slingers en ballonnen voor een nieuw levensjaar
Aan jouw stoel een feestelijke puntmuts met
jouw naam en leeftijd erop gezet
Dan komen je vrienden en vriendinnen
en zingen ze voor je gaat beginnen
aan de cadeautjes speciaal voor jou
Ze zingen het lied voor jouw verjaardagspartij
Laat iedereen het horen
Laat niets jouw feest verstoren
Het is vast niet voorbarig
want morgen ben je jarig

(Foppe Weijer 2019)

Hardloopschoenen naast mijn bed

‘Iedere dag heb je de keus, ren je door of gooi je rigoureus’ het roer om. Hier het verhaal van Wim Akkermans die op een dag besloot zijn leven als postbesteller op te geven en een hardloopschool te beginnen. Een dag uit zijn leven, opgetekend door Foppe Weijer.

Wim Akkermans

Een collega hardlooptrainer komt deze ochtend kijken hoe ik, samen met mijn trainers, een aantal trainingsgroepen van mijn Loopschool begeleid. We delen al jaren de passie van lange afstanden hardlopen en het overbrengen van onze hardloopervaring op andere lopers. Trainers zien elkaar niet vaak aan het werk, maar vandaag kan ik hem een training laten meebeleven.
‘Het is lang geleden dat we elkaar gesproken hebben, leuk dat je met me meegaat,’ zeg ik.
We ontmoeten elkaar op de afgesproken tijd en hebben amper een paar meter gefietst of we moeten al in onze remmen knijpen. Een uitrukkende brandweerauto met zwaailicht en sirene kruist ons pad op deze vroege warme zaterdagochtend. We kijken de auto na, terwijl het voertuig zijn weg vervolgt naar de meldplek. Al snel neemt de stilte van de zaterdagochtend het over van de twee harde tonen.
‘Te lang geleden, maar ik ben blij dat ik vandaag de tijd heb om te zien wat jij hebt opgebouwd, Wim. Over lang geleden gesproken, jij hebt toch ook bij de brandweer gewerkt?’
Het is zeker zeven jaar geleden dat ik deel uitmaakte van het vrijwillige brandweerkorps. Mijn loopschoenen had ik ’s nachts naast mijn bed staan en als ik een oproep kreeg, spurtte ik naar de brandweerkazerne. Dat resulteerde in een aardige verzuring van mijn benen, die vanzelf weer oploste als we met de eerste uitruk op een melding afgingen. Als ik ergens bij ben, dan ben ik fanatiek.
‘Ja, dat is alweer even geleden en nee, ik heb geen spijt.’
In al die jaren heb ik in de eerste uitruk gezeten en dat betekende dat ik de meest erge situaties heb meegemaakt.
‘Zeker geen spijt dat ik een andere keuze heb gemaakt. Ik heb dat graag en ook met liefde en plezier gedaan, maar op een gegeven moment was ik ook klaar.’
We zijn op weg van Vught Zuid naar de noordkant en de meeste mensen liggen nog op bed of zijn op zomervakantie.
‘Ik heb nu eindelijk van mijn hobby mijn beroep kunnen maken.’
Eigenlijk had ik aan het eind van de vorige eeuw al een eigen loopschool willen starten. In die periode werkte ik overdag bij de Koninklijke PTT Post, in de avonduren gaf ik training aan loopgroepen bij Prins Hendrik in Vught. Daarnaast werkte ik voor de brandweer en liep ik regelmatig een wedstrijd over ultra afstanden. Maar voor jezelf beginnen is toch wel een grote stap. Wanneer komt het moment dat je de zekerheid van inkomen vaarwelzegt en je droom achternagaat? Zeker als je kleine kinderen hebt en daarbij moet je er thuis ook samen achter kunnen staan. In die periode heb ik dan ook gezegd, laat maar rusten, ik train gewoon, verzorg mijn trainingen, doe mijn wedstrijden en wie weet komt het ooit nog wel eens.
‘Ja, sporten is zeker voor jou je lust en je leven, maar wanneer kwam het moment om je vaste baan op te geven? Wat gaf de doorslag om voor jezelf te beginnen?’
‘Het keerpunt is gekomen toen het postbedrijf ging reorganiseren met veel wisseling van de wacht in het management. Voor iemand die houdt van orde, netheid, goede begeleiding en goed omgaan met personeel, was dit een moeilijke situatie en op een gegeven moment heb ik gezegd, jongens voor mij hoeft het niet meer. Geef mij maar een rugzak dan ga ik vertrekken en voor mezelf beginnen. Ik begin mijn eigen loopschool, Loopschool Wim Akkermans.’
‘En daar kon je de brandweeractiviteiten niet meer bij doen?’
‘Als je overdag heel actief bent en dan ’s nachts ook nog eens naar een zwaar ongeval moet of een brand, dan wil ik daar niet als een zombie staan. Dat was mijn reden om te stoppen bij de brandweer. De schoenen staan nog steeds op dezelfde plek naast mijn bed. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Maar ze staan er nu omdat mijn hele dag in het teken staat van trainingen geven,’ zeg ik, terwijl ik hem even een klap op zijn schouder geef, ‘leuk dat je een ochtend komt meekijken. Kijk rond, blijf vragen stellen en geniet vooral.’

We rijden het sportpark op van TV Wolfsbosch, de tennisvereniging in Vught Noord, het startpunt van mijn loopgroepen vandaag. Het is heerlijk stil op het complex en ik heb nog even de tijd om de bidons te vullen met fris water en de deuren tegen elkaar open te zetten zodat de ergste warmte het gebouw kan verlaten.
‘Goedemorgen Wim,’ roept de eerste enthousiaste hardloper, ‘perfect weer voor een duurloopje.’
Dat is het mooie van hardlopers, ze hebben altijd zin om te trainen.
‘Zeker mooi weer, zolang je maar goed blijft drinken tijdens de training,’ roep ik terug.
Het wordt steeds drukker in de kantine. Het geluid van de meute begint aan te zwellen.
‘Kan ik dit jaar nog een pitstop van je krijgen?’ vraagt een van de oudere lopers.
De afgelopen vier jaar hebben we de Pitstop, een looptechniek-clinic, ontwikkeld. Het is een moment waarop ik lopers laat zien hoe ze zichzelf kunnen verbeteren in het hardlopen, verbeteringen aan hun loophouding, waardoor ze meer plezier gaan beleven in het bewegen en ter voorkoming van blessures. Ik maak dan video opnames van het lopen, analyseer deze en kom met voorstellen tot verbetering. Met die voorstellen gaan we oefenen totdat de beweging door het lichaam wordt opgepakt. Tijdens de trainingen geef ik daar aanwijzingen over, zodat het lichaam de juiste beweging steeds beter leert herkennen.
‘Wie weet lukt het nog om in het najaar een pitstop te plannen. Zodra ik een datum heb zal ik je mailen en het op de website plaatsen.’
Het is negen uur, tijd om met de trainingen te beginnen.
‘Dames en heren, even jullie aandacht. We gaan weer in groepen uiteen, de niveaugroepen vertrekken nu met hun trainers, de duurgroepen gaan met mij mee. Geniet van het lopen, van elkaar en de omgeving waar je doorheen loopt en let op: vooral met deze warmte, drink op tijd.’
Heel langzaam begint de kantine leeg te lopen, de groepen rennen weg en wij blijven nog even in een oorverdovende stilte achter om alles af te sluiten.
‘En waar lopen de duurloopgroepen vandaag heen?’
‘Dat is nu het mooie van mijn trainingen,’ zeg ik, ‘dat weet ik van tevoren nooit. Ik start en loop weg, ik houd rekening met het tempo van de groep, ik houd rekening met de grootte van de groep, ik houd rekening met mogelijke blessures, ondergrond, het weer. En dan gaan we lopen en houd ik de tijd in de gaten, Vandaag is de langste afstand twintig kilometer, dan zorg ik dat we tussen de 19 en 21 kilometer lopen. Niet meer en niet minder.’

Aan het eind van deze zaterdagtraining hebben we 21 km op de fiets gezeten als begeleider van de verschillende tempogroepen van de duurlooptraining.
‘Heel bijzonder hoe jij de verschillende snelheidsgroepen bij elkaar hebt kunnen houden. Je moet wel veel van de omgeving weten om lopers zo’n gevarieerd parkoers aan te kunnen bieden. Door de Gement aan de stadsgrens van Den Bosch, door het Bossche Broek en om de IJzeren man, ik heb genoten van de natuur en volgens mij de lopers ook.’
‘Ik denk dat ik nu iets moois bereikt heb sinds ik in 2011 de loopschool ben gestart en daar ben ik bijzonder trots op. Ik heb 275 leden, en het mooie is dat ik iedereen ken van naam, ik heb met iedereen contact, iedereen mag mij altijd bellen.’
Ondertussen ruim ik de spullen na de training op en maak de bidons schoon voor de volgende training.
‘Geduld en rust vind ik belangrijk. Ik zeg altijd tegen de lopers: neem de tijd voor je trainingen, acclimatiseer door op tijd aanwezig te zijn en neem je rust na de training om weer te landen voordat je naar huis gaat. Zo beleef je veel langer plezier aan het lopen.’

Mijn collega pakt zijn fiets om naar huis te gaan en ik de mijne om me te verplaatsen naar het startpunt van de middagtraining.
‘We zien elkaar binnenkort weer en wie weet kom je eens kijken bij de Pitstop later in het jaar?’
Ik zwaai hem na en zet koers richting de Drunense Duinen. De ochtend is omgevlogen, zoals elke dag waarop ik training mag geven.
www.loopschoolwimakkermans.nl